Rond Noorder Haaks en Nieuwe Diep

Complexe en langdurige berging van Eugenia

Na negen maanden gezwoeg en gemartel slaagden bergers van Bureau Wijsmuller erin om het in de nacht van 23 op 24 november 1928 op de Helderse zeedijk gestrande vrachtschip Eugenia vlot te trekken. Een operatie die zelfs landelijke aandacht kreeg. Maar ook voor de bergers was het een leerzame klus, waarover nog lang zou worden nagepraat.

De hoofdrol bij deze operatie was weggelegd voor het Griekse stoomschip Eugenia, laadvermogen 7.600 ton en gebouwd in 1906 bij Thompson and Sons in Sunderland, Engeland. De bemanning bestond uit 33 koppen en het schip werd berederd door Virginia Drakali uit Syra in Griekenland. De Eugenia was op 23 november 1928 geheel leeg op weg van Rotterdam naar Amsterdam toen het schip verzeild raakte in een zeer hevige zuidwesterstorm, met windsnelheden tot ruim 30 meter per seconde. Omdat het lege schip hoog op het water lag, raakte het op drift. Voortgejaagd door de storm werd de haven van IJmuiden gemist. Toch verzuimde de kapitein sleepboothulp in te roepen en dit zou hem noodlottig worden. Toen de storm later op de avond naar het noordwesten draaide, naderde de op drift geraakte Eugenia de zeer gevaarlijke Haaksgronden bij Den Helder. Tegen half 11 in de avond bevond de drifter zich ongeveer zes mijl uit de kust, bij de post Kijkduin, en op dat moment liet de kapitein pas een S.O.S. uitgaan. Nadat de stationssleper Drente van Bureau Wijsmuller door de Koninklijke Marine was vrijgegeven, verliet deze onmiddellijk onder kapitein Kuiper de haven van Den Helder. Met in haar kielzog de motorreddingboot Dorus Rijkers onder schipper Coen Bot.

Te laat
Rond middernacht arriveerden de sleper en de reddingboot bij de Haaksgronden. Helaas te laat, want de Eugenia stootte al op de gronden en even later raakte het achterschip hierop vast. De Drente en de Dorus Rijkers konden alleen machteloos toekijken, want vanwege de ondiepten konden zij niet bij het in nood verkerende schip komen. Maar toen veranderde plotseling, tot ieders verbazing, de hele situatie. De Eugenia werd opgetild door een reuzengolf en in haar geheel over de gronden heen gesmeten. Snel trachtte de bemanning nog te ankeren, maar de reuzengolf en de vliegende storm hadden zoveel kracht dat beide ankerkettingen braken. De Eugenia kreeg steeds meer snelheid en stevende op een gegeven moment recht op de Dorus Rijkers af. De bemanning keek als verlamd toe, maar de reddingboot werd gelukkig op een haar na gemist. De Drente en de Dorus Rijkers zagen de Eugenia voorbijsnellen en recht op de Helderse zeedijk afstevenen en over de hoofden heen op de dijk terechtkomen. Na de stranding zag een deel van de bemanning kans om het schip via een reddingslijn te verlaten, de rest kon later afstappen via de stormladder. Het achterschip was op dat moment nog vrij van de dijk.

Contract
Op zaterdag 24 november werd Wijsmuller, op basis van Lloyd’s Open Form no cure – no pay, het contract gegund om de vrachtvaarder te bergen. Nog diezelfde dag deed de stationssleper Drente een eerste vlotsleeppoging. Het stormde nog altijd. Omdat de sleeptros brak, mislukte deze poging. Sterker nog, de Eugenia zwaaide om en kwam nu geheel over bakboord dwars op de dijk te zitten. Ondertussen was de Wijsmuller-sleper Friesland uit Vlaardingen vertrokken om een met hout geladen lichter op te pakken die de Duitse sleper Fairplay XVI in dezelfde storm op de Noordzee had verloren. Nadat de Friesland de lichter in Den Helder had afgeleverd, besloten de kapiteins van de slepers samen een nieuwe vlotsleeppoging te wagen. De storm nam echter weer in kracht toe, waardoor de beide slepers niets anders restte dan voor anker te gaan. Omdat bleek dat de Eugenia nog hoger op de dijk was komen te zitten, keerden de Drente en Friesland onverrichter zake naar de haven terug. Men besloot de zaak anders te gaan aanpakken. Zo werden vanaf het vrachtschip bergingankers uitgebracht en strak gehiewd en werden er pompen aan boord geïnstalleerd. Op vrijdag 30 november gingen de bergers er weer flink tegenaan. Deze keer met maar liefst vier slepers. Dit waren de Drente, Friesland, Vlaanderen en Nestor. Bij hoog water werd twee keer geprobeerd de Eugenia van de dijk te sleuren. Het schip gaf zich echter niet gewonnen. De slepers keerden hierna weer terug naar hun stations. Alleen de Drente bleef in Den Helder achter.

Onderhandelen
Wijsmuller ging vervolgens in onderhandeling met het Departement van Waterstaat. De bergers wilden namelijk een deel van de dijk afgraven, maar Rijkswaterstaat was hier fel op tegen. Het zou tot 10 januari 1929 duren voordat men het eens werd. Maar toen mochten de bergers een groot deel van de voor de dijk liggende bazaltblokken en andere obstakels weghalen. De dijk zelf moest wel intact blijven. Eind januari was al een flink deel van de obstakels verwijderd, maar toen sloeg de winter meedogenloos toe. De temperaturen daalden tot wel minus 16 graden Celsius. Zelfs de haven van Den Helder vroor geheel dicht en op het Marsdiep was sprake van zware ijsgang. Duikers konden hun werk niet meer doen en en zo ging de gehele maand februari verloren. De Eugenia zelf was ondertussen een bezienswaardigheid geworden. Op de dijk kon men bij laag water zelfs om de Eugenia heen wandelen zonder natte voeten te krijgen.

Nieuwe pogingen
Pas in maart konden de bergers weer aan de slag en op dinsdag 12 maart ondernamen vier Wijsmuller-slepers de zoveelste vlotsleeppoging. Toen de slepers op het voorschip van de Eugenia vast stonden, bleek het water echter niet hoog genoeg te komen. En wederom werd de aftocht geblazen. Op donderdag 11 april verschenen opnieuw de Drente, Friesland, Utrecht en Zeeland op het Nieuwediep. Maar ook voor deze vlotsleeppoging kwam het water door de sterke oostenwind niet hoog genoeg. Het was om moedeloos van te worden. Twee dagen later vertrokken de Zeeland en Utrecht naar Vlaardingen. Het duurde tot donderdag 25 april voordat de Drente, Friesland en Limburg weer een poging gingen wagen. Met ook nu met het inmiddels bekende resultaat. Pas op dinsdag 25 juni slaagden vier Wijsmuller-slepers erin om tijdens hoog water de Eugenia enkele centimeters naar open water te trekken. Bij één van deze pogingen hielp ook de Koninklijke Marine een handje mee door met Hr.Ms. Kortenaer hard over het Marsdiep heen en weer te varen. Dit met als doel voldoende water onder de Eugenia te krijgen. Het mocht allemaal niet baten. Duidelijk was dat het zo niet door kon gaan. Allerlei nieuwe ideeën werden aangedragen. Uiteindelijk kozen de bergers ervoor om het schip op te vijzelen en door middel van sledes op een soort houten glijbaan richting open water te zetten. Materiaal hiervoor werd onder andere aangeleverd door Rijkswerf Willemsoord. Met de installatie hiervan verstreek een groot deel van de maanden mei, juni en juli. Aan de waterkant haalden de bergers nog meer stenen weg, terwijl aan de landkant het schip nog verder opgevijzeld werd, zodat het naar zee ging overhellen.

Weddenschappen
Op 23 juli besloten de bergers het nog maar eens proberen. Deze keer mochten de Drente, Vlaanderen en Limburg aan de bak. Met als uiteindelijk resultaat kapot getrokken sleeptrossen en de Eugenia nog steeds hoog en droog op de Helderse zeedijk. De volgende dag deden de slepers nogmaals een verwoede poging. Het haalde allemaal niets uit. Wie zou dit gevecht gaan winnen? Op de dijk werden vele weddenschappen afgesloten over de haalbaarheid van deze bergingsklus. Of was het ter plekke slopen de enige optie. Ondanks alles gaven de bergers niet op. Op sommige dagen waren er op en bij het schip wel 40 man aan het werk. Het volgende idee was het opstellen van zware hydraulische persen tegen de boeg van het schip. Ook nu weer met assistentie van Rijkswerf Willemsoord. En dit leek te helpen. Elke dag kon het schip enkele centimeters richting Marsdiep worden gedrukt. Begin augustus werden nog meer hydraulische persen ingezet, met een gezamenlijke drukkracht van meer dan 8.000 ton. Daarnaast werd ook een ander soort druk uitgeoefend in de persoon van Rijkswaterstaat die van plan was om de Eugenia per 1 september dat jaar in beslag te nemen.

Doormartelen
De bergers lieten zich niet ontmoedigen en gingen verbeten door. De Eugenia was centimeter voor centimeter op weg naar open water en zou daar volgens hen komen ook. Ondanks dat velen hier anders over dachten. Half augustus was het schip al 15 meter richting water geschoven en kregen de bergers van Rijkswaterstaat zo waar uitstel tot eind september. Besloten werd om de achterste tanks van het vrachtschip vol te pompen om zo het voorschip lichter te maken. Op 17 augustus lag de Eugenia deels in het water, maar was nog steeds niet vrij van de dijk. De bergers voorzagen dat het nu toch een keer moest gaan lukken. De machines van het vrachtschip werden gereed gemaakt zodat het, eenmaal vlot, met de eigen schroef zou kunnen meewerken. Aangezien er gevaar voor bodemschade en zelfs kans op breken bestond, werden er nog meer pompen aan boord geïnstalleerd. Zou het nu dan toch eindelijk gaan gebeuren? Op 18 augustus werden de ankerdraden op het achterschip snaarstijf gehieuwd en werd maximaal geperst, terwijl de Drente en de Limburg met hun sleeptrossen vaststonden op het achterschip. Bij hoog water kwam er langzaam beweging in het schip, dat zelf ook met haar eigen schroef ging meedraaien. Meter voor meter schoof de Eugenia langzaam het Marsdiep in. Toch gaf ze zich niet zo maar gewonnen. De gehele week moesten de bergers nog doormartelen.

Eindelijk succes
Vrijdagnacht 23 augustus begon het schip weer te werken. Om 9 uur in de ochtend maakten de Drente en de Limburg weer snel vast en uiteindelijk gaf de Eugenia om kwart over 9 de strijd op. Het schip was vlot en dreef weg van de dijk. Het was dankzij de vasthoudendheid van de bergers uiteindelijk toch gelukt. Het vrachtschip werd hierna naar Amsterdam gesleept om in dok bij de A.D.M. grondig te worden geïnspecteerd. Een nieuw stuk Hollands Glorie was geschreven. De Wijsmuller-bergers hadden gewonnen, veel geleerd en de reputatie van de Nederlandse bergers hooggehouden. Den Helder was op haar beurt wel een toeristische attractie armer. Of Wijsmuller iets aan de operatie had verdiend, was de vraag. Het werk had wel heel lang geduurd. Voor de Eugenia bleek echter geen toekomst meer weggelegd. Kennelijk was reparatie niet lonend. Het schip zou uiteindelijk worden gesloopt.

Bronvermelding en herkomst foto’s:
Archieven van Helderse Courant, gemeente Den Helder, en Jan Kokernoot, Ida Woort en Paul Schaap.

Dit artikel van auteur Paul Schaap is eerder gepubliceerd in het vakblad Lekko nummer 70 in mei 1983. Voor publicatie op de site Maritiem Den Helder is het enigszins aangepast.