Rond Noorder Haaks en Nieuwe Diep

De ondergang van de Koningin Emma der Nederlanden

In april 1943 verdween bijna geruisloos een groot Nederlands marineschip van het toneel. Dit lot trof de Koningin Emma der Nederlanden, een indrukwekkend vaartuig dat jarenlang als fregat dienst had gedaan en vervolgens was omgebouwd tot logement-/wachtschip.

Op 6 november 1876 werd op de Rijkswerf te Amsterdam een groot fregat met stoomvermogen op stapel gezet. Aanvankelijk heette het schip De Ruyter, maar op 7 januari 1879 werd het vlak voor de tewaterlating herdoopt in Koningin Emma der Nederlanden. Het 91,85 meter lange en 12,50 meter brede fregat had een vermogen van 2.732 pk en een waterverplaatsing van ongeveer 3.000 ton. In het schip stonden vier grote stoomketels die een dubbelbladige schroef aandreven. Naast stoomvoortstuwing kon het fregat met een zeiloppervlak van 1.585 vierkante meter ook op de wind haar weg vinden. De snelheid bedroeg maximaal 14 knopen. Van het uit ijzer vervaardigde schip was de romp met hout bekleed. Op 20 januari 1879 ging de Koningin Emma der Nederlanden te water en de indienststelling volgde op 1 december 1880. Hierna begon het fregat aan een zwerftocht over de wereld. Bezoeken werden gebracht aan Curaçao, diverse havens in Zuid-Amerika, China, Japan en natuurlijk ook aan Nederlands-Indië. Op 20 november 1888 liep het schip onder grote belangstelling in een zware storm de haven van IJmuiden binnen. Een week later werd het door de stoomslepers Simson en Hercules van rederij Zur Mühlen naar Den Helder gesleept.

Opknapbeurt
Na een flinke opknapbeurt bij de Rijkswerf kwam de Koningin Emma der Nederlanden, voorzien van nieuwe stoomketels, in mei 1890 weer in de vaart. Wederom volgde er een flink aantal reizen naar onder andere Nederlands-Indië en havens in Afrika en Amerika. In 1898 werd samen met enkele andere marineschepen een sleepreis uitgevoerd met een 3.000-tons droogdok van Soerabaja naar Sabang om in juni 1900 weer op het Nieuwe Diep te verschijnen. Eind juni dat jaar werd de Koningin Emma der Nederlanden uit dienst gesteld. Acht jaar later volgde bij scheepswerf De Lastdrager in Den Helder de ombouw tot logementschip. En vanaf 1920 fungeerde het als wachtschip op Willemsoord. Op 10 mei 1940 viel het schip, afgemeerd aan de kade langs het Nieuwe Diep, in handen van de bezetters. Hierna zou het een paar jaar stil worden rond de Koningin Emma der Nederlanden.

Gekapseisd
In 1942 lag het eens zo trotse fregat ineens op haar zij in de Helderse haven. Stormweer werd als oorzaak aangevoerd, maar al snel werd er gefluisterd dat het schip best wel eens een handje geholpen kon zijn. Ondanks dat het de bezetters behoorlijk in de weg lag, zou het deels gezonken schip nog tot april 1943 blijven liggen. Toen kwam er een grote bergingsoperatie op gang, waarvoor grote tonnen, staaldraden, ankers, bergingsvaartuigen en sleepboten werden ingezet. Het kostte de bergers heel veel moeite om het inmiddels tot wrak verworden schip weer rechtop en drijvend te krijgen. Maar toen dit uiteindelijk toch was gelukt, werd de Koningin Emma der Nederlanden, omringd door een vloot van sleepboten en bergingsvaartuigen, het Nieuwe Diep afgesleept. Leider van het sleeptransport was de sleepboot B.S.10, de voormalige mijnenveger M1 die oorspronkelijk als sleepboot Marie 1 door Bureau Wijsmuller voor de handel op stapel was gezet. Verder fungeerde de sleper Harmonie als stuurboot voor de B.S.10. Naast de Koningin Emma der Nederlanden lagen diverse bergingsvaartuigen, waaronder de waarschijnlijk uit Duitsland afkomstige Freya. Hiernaast lag de Zeemeeuw en als stuurboot achter de sleep fungeerde de Oranje. Deze beide slepers hadden nog dienst gedaan in het IJsselmeerflottielje. Het transport voer langzaam het Marsdiep op en ging stuurboord uit langs Fort Harssens naar het Malzwin. Hier werd het voormalige fregat op een zandbank neergezet. Dit zou meteen haar laatste rustplaats worden. Langzaam zonk het schip steeds dieper weg in het zand en na enige tijd was het wrak compleet uit het zicht verdwenen. Hiermee kwam een stil en roemloos einde aan wat eens een trots fregat in dienst van de Koninklijke Marine was.

Bronvermelding en foto’s: Archief van de heren Riteco, Berg en Vries uit Den Helder, de heer Kokernoot uit Anna Paulowna en auteur.

Dit artikel van auteur Paul Schaap is eerder gepubliceerd in het vakblad Lekko nummer 81 in april 1984. Voor publicatie op de site Maritiem Den Helder is het speciaal aangepast.