10 mei 2022

CO2-opslag in lege L10-gasvelden bij Den Helder

Door Paul Schaap

Samen met drie partners wil Neptune Energy kooldioxidegas (CO2-gas) gaan opslaan in een aantal lege gasvelden in het L10-blok, gelegen op 65 kilometer ten noordwesten van Den Helder. Een vergunning hiervoor is aangevraagd. Wordt deze verleend dan kan dit zogeheten L10 Carbon Capture and Storage project (L10-CCS) al in 2026 van start gaan.

Om de in het Parijs-akkoord afgesproken emissiedoelstellingen voor 2030 te kunnen halen, biedt de opslag van CO2 in uitgeputte gasvelden mogelijk een oplossing. De rijksoverheid wil hiervoor in ieder geval subsidie gaan verlenen. Volgens Neptune Energy is het mogelijk om jaarlijks tussen de 5 en 8 miljoen ton CO2 op ruim 3.000 meter diepte in de lege gasvelden L10-A, L10-B en L10-E te injecteren. Uit deze velden is vanaf de tweede helft van de jaren zeventig gas geproduceerd, dat via de 178 kilometer lange Noord Gas Transport (NGT) leiding naar het Groningse Uithuizen is verpompt. Operator van de L10-gasvelden was destijds Placid International Oil, thans Neptune Energy. Samen met de partners Rosewood Exploration, XTO Netherlands en Energie Beheer Nederland (EBN) heeft Neptune Energy een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd om CO2 in deze leeggeproduceerde gasvelden op te slaan. Nu de resultaten hiervan positief zijn, is de volgende stap gezet. Deze omvat de aanvraag van een vergunning bij de rijksoverheid voor de CO2-opslag. Ook loopt nog een ontwerpstudie voor het project. Verwacht wordt dat deze studie eind dit jaar gereed is, waarna begin 2023 een investeringsbesluit door de partners kan worden genomen. Als dit allemaal positief uitvalt, kan al in 2026 worden gestart met het injecteren van CO2 in de L10-velden. Enige haast is wel geboden, aangezien nu nog de benodigde infrastructuur op zee (platformen en pijpleidingen) aanwezig is. Krijgt het L10-CCS project groen licht van de overheid dan kan er steaks een aanzienlijk deel van de door de Nederlandse industrie geproduceerde CO2 diep in de zeebodem worden opgeslagen.

Eerdere ervaring
Neptune Energy is niet helemaal blanco in dit L10-CCS project gestapt. Het bedrijf heeft namelijk al eerder de nodige ervaring opgedaan met het injecteren van CO2 in de zeebodem. Dat begon al in de tweede helft van de jaren tachtig toen het K12-B gasveld in de Nederlandse sector van de Noordzee in productie werd genomen. Dit gas bleek een veel te hoge hoeveelheid CO2 te bevatten. Daarom werd op het K12-B gasproductiecomplex een scheidingsinstallatie aangebracht om het kooldioxidegas te scheiden van het geproduceerde gas. In eerste instantie werd dit gas geloosd in de atmosfeer. Maar vervolgens werd gekeken of dit weer teruggepompt zou kunnen worden naar de plek in de zeebodem, op 3.500 meter diepte, waar het ook vandaan was gekomen. Na het benodigde onderzoek, in samenwerking met TNO, kon het injecteren in 2004 van start gaan. De hiermee door de jaren heen verkregen kennis en ervaring is nu weer toegepast bij het L10-CCS project.

Ontmanteling
Aangezien al vanaf 1975 gas wordt geproduceerd uit de velden in het L10-blok, raken deze één voor één uitgeput. Volgens de vigerende regelgeving zijn de oliemaatschappijen verplicht de oude en niet meer in gebruik zijnde infrastructuur op zee op te ruimen c.q. te ontmantelen. Neptune Energy is hieraan al begonnen. Zo zijn in 2020 drie satellietplatformen met het kraanschip Bokalift 1 uit het L10-blok verwijderd. Deze stonden boven de lege gasvelden L10-C, L10-D en L10-G. Lang uitstel om CO2 op te slaan in de overige L10-velden kan ertoe leiden dat dit niet meer mogelijk zal zijn omdat de benodigde platformen en pijpleidingen dan al in de hoogovens zijn verdwenen. Nederland is overigens niet het enige land dat naar de opslag van CO2 in lege gasvelden offshore kijkt. Ook in het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Noorwegen wordt aan dit soort projecten gewerkt.